Ook in Amerika probeer ik mijzelf dagelijks weer naar de fitness te sleuren. De fitness is 24 uur per dag open, heeft een zwembad, klimwand, squash, sauna etc. Oja, en een uitgebreide snackbar.Vandaag had ik een personal fitness trainer. Dit is geen tredmill, maar een echte Jeff. Jeff is een meneer met een dikke nek en veel spierballen. Jeff werkt op commisiebasis dus moet hij gelikte praatjes houden om zichzelf zo te onderhouden in zijn dagelijkse kilo's aan kip en eiwitsupplementen. Bovendien, netzoals veel andere Amerikanen, houdt Jeff er ook nog een tweede baan op na. Namelijk uitsmijter zijn.
Jeff werkt dus op commisie en hij ging mij testen op mijn lichamelijke capaciteiten. Over een maand of twee doen we het dan nog een keer, zegt Jeff en dan wil Jeff verbeteringen zien. Jeff vindt alles fantastisch en hij durft zelfs te beweren dat ik een hartslagtest overnieuw moet doen omdat mijn hartslag erg laag was. Dit had ie maar een paar keer eerder meegemaakt. Zo goed! Pure onzin natuurlijk, maar ik wil Jeffs dag niet verstieren door er tegen in te gaan.
Vervolgens zegt Jeff dat ie mij niks wil aansmeren, maar als ik het echt goed wil doen dan heb ik een personal trainer nodig á 80 dollar per uur. Gewoon nog effe fine-tunen, noemt hij het. Jeff zegt dat ie een goede trainer is en alleen met gemotiveerde mensen werkt. Ook met vette mensen, maar alleen als ze over de weken verandering laten zien. Dus alleen vette gemotiveerde mensen. Maar laten wel wel wezen, om zo vet te zijn als de gemiddelde Detroiter moet er toch wel iets aan de hand zijn met je motivatie. Voor motivatieloos vet doet Jeff het niet, zegt ie, dat is schadelijk voor zijn carriere.
Ik mag Jeff nog steeds vanwege zijn optimisme en brede nek, niet vanwege zijn ogenschijnlijk puriteinse en republikeinse normen. Jeff heeft een centriputaal karakter.
Ook waardeer ik Jeff zijn eerlijkheid. Hij traint geen (ongemotiveerde) vette mensen vanuit carriere-perspectief. En dat zegt hij op onze eerste fitness-date. Gaat dit ook zo snel in Nederland? In Japan zou je er nagels voor moeten trekken, wil je dat uit één van mij zo gewaardeerde Japjes krijgen.
Ik zeg tegen Jeff dat ik dat ongegeneerde egocentrisme van Amerika wel bijzonder vind. Alleen noem ik 'ongegeneerd egocentrisme' 'eerlijkheid'. Jeff glundert en zegt 'You know what, I'll give you a free lesson.' 'Goede verkooptactiek, Jeff' denk ik, 'maar zo laat ik mij niet Sjaken.' Mijn respons: 'Oeh, that's wonderful,' en maak een vervolgafspraak. Jeff voegt er nog aan toe dat ie over een paar maanden naar Kansas City verhuist om daar bij een nieuw LifeTime fitnesscentrum te beginnen. Want LifeTime wil de cultuur van de beste instructeurs in het gehele land overdragen aan de nieuwe dependances. Ik mag Jeff wel, maar af en toe wordt het je niet makkelijk gemaakt om niet te snel over mensen te oordelen. Jeff heeft namelijk een erg dikke nek.
Monday, February 19, 2007
Vet zucht!
Vet 28 december, 2006
Het is tegenwoordig hip om als immigrant een Social Security Number aan te vragen. Bovendien is het noodzakelijk om een bankrekening te openen en nog wat andere cruciale zaken. Daarvoor moest ik, via de snelweg naar een dorpje even verderop gelegen.
De snelwegen hier, net zoals de auto's kunnen soms indrukwekkend zijn. Ze zijn standaard vierlaans, soms zelfs vijf of zes. En dat zijn de gaten in de wegen ook. In India hebben ze zandwegen die er strakker bij liggen. Bovendien mag je hier maar een schamele 104.6km/h. Flitspalen palen hebben ze gelukkig niet. Als ik het me goed herinner zijn die ooit verwijderd vanwege een rechtzaak over inbreuk op privacy. Hier wordt je, zoals in de serie 'cops', keurig van de straat geplukt door een agent. Resultaat: mensen rijden massaal te had (niet exorbitant, maar toch). Oom agent kan er slechts één uitpikken. In safari-termen: een kudde zebra's op de vlucht voor een leeuw. Zolang je maar bij elkaar blijft, blijft de schade beperkt.
Aangekomen bij mijn Social Security Number Distribution Center word ik al snel geholpen door een donkere mevrouw, Katie. Katie draagt een pistache-kleurige trui, vele gouden armbanden, met bloemtekeningen versierde nagels en vier gouden ringen aan elke hand. Een van de ringen schreeuwt in vet relief 'Mother'. En dit alles wordt geaccentueerd door een enorme reet. Net zoals de meeste mensen in Amerika is ze alleraardigst. Ook doet ze geen moeite om haar zuchten en kreunen jegens de lange wachtrijen te verbergen. Maar dat is niet persoonlijk tegen mij gericht, dus laat ik het aan mij voorbijgaan.
Ze vraagt aan mij of ik alle papieren bij me heb en ik knik hevig 'ja'. Ze wenkt om een identiteitsbewijs en ik trek mijn paspoort. Nu bevinden zich in de binnenzak van mijn jas vele attributen, waarvan minstens de helft al als verloren was beschouwd, aangegeven als gestolen bij de politie of tot onherkenbaar object is gereduceerd (knopjes, dopjes etc.).
Daar zit ook bij: een aantal condooms (in verpakking). Ik weet ook niet hoe die er komen. Waarschijnlijk van die keer dat ik condooms door de schredder aan het gooien was voor een kerkelijke demonstratie. Ik overhandig haar dus mijn paspoort en focus me alweer op de volgende lading papieren. Wat ik dus niet doorhad was dat ik haar een condoom-gevuld paspoort overhandigde. Ze zei dat ze die niet nodig had voor een Social Security Number.
Ik moffel de ongewenste lading weer weg in mijn binnenzak. Vervolgens overhandig ik haar een kopie van een speciaal immigratieformulier. Stond duidelijk op het internet dat ik een kopie moest meebrengen. Maar een kopie mag dus niet, zegt ze. Ik rommel door mijn tas, pak vervolgens een andere maar identieke kopie van het immigratieformulier en begeleid het onder de woorden 'Ah, hier hebben we het origineel'. Het kopie-zijn van de kopie straalt er vanaf. Toch besluit ze het maar te accepteren. Dit kan in Japan dus in geen honderd jaar.
Terwijl ik nog heftig aan het zoeken ben in mijn tas naar andere formulieren, net zo'n zooi als mijn binnenjas, is zij trouwens haar geduld aan het verliezen. En wat doe je dan? Precies, je trekt een zak chips open en begint te eten. Geen grap. 'Doritos Kaas', alleen de dipsaus ontbrak nog. De geur maakte haar waarschijnlijk helemaal wild. Terwijl ze mijn formulieren doorneemt, begint ze te schranzen.
Ik voel een opwelling van medelijden jegens de chipszak. Vervolgens begint ze met de rechterhand gegevens in de computer in te tikken. De linkerhand bevindt zich dan wel in haar chipszak, dan wel in haar mond, dus die kon ze niet gebruiken voor het typen.
Plotseling stopt haar mollige rechterhandje met tikken, haar linkerhand nog in de lucht met de chipszak eromheen. Verdwaasd blijft ze naar het scherm staren. Aan haar grote lippen hangen nog halve Dorito-schijfjes. 'Your name ain't gonna fit in here,' zegt ze. De dorito-stukjes vliegen om mijn oren. Ze haalt schouders op en haar handen gaan weer verder waar ze gebleven waren. Vervolgens ben ik nog twee keer getuige hoe zij zichzelf uit de stoel werpt om naar de printer te lopen. Tot twee keer toe heeft de stoel moeite om haar los te laten.
Er rest mij slechts nog een handtekening. Ze geeft me een pen, pakt de chipszak, haalt de laatste grote genotsschijfjes eruit, zet vervolgens de gehele chipszak aan haar mond en begint de zak alle kanten op te schudden. Ik lach, maar waarschijnlijk heeft zij het nooit gehoord. Als ik opsta om te vertrekken, staart Katie nog verloren naar haar chipszakje. Het chipszakje die enkele minuten daarvoor nog zo mooi gevuld was. Ik zeg 'doeg' tegen Katie, maar onze blikken zullen niet meer kruizen. Katie is druk met haar kruimels.
In mijn eerste week ben ik natuurlijk al veelvuldig getuige geweest van Amerikaanse eetpraktijken (ook Franse, maar daar heb ik niks tegen in te brengen). Als eerste wil ik vermelden: niet iedereen is dik.
Er zijn twee categorien. Ga ik na een supermarkt, hip, biologisch, duur dan sta ik tussen relatief veel mooie mensen. Ga ik na een Walmart of iets soortgelijks dan is de kans groot dat ik bij de cassier tussen twee vethompjes beland (met alle respect). Dagelijks zie ik ellebogen die de omtrek van mijn bovenbenen schraal doet lijken. De eetcultuur is hier anders (maar dat is geen ontdekking). Ik heb mensen horen klagen over hun dikheid (letterlijk: 'Ik ben dik, omdat ik zo van rijst houd. Ik moet wat minder rijst eten.'), waarna ze luttele minuten later een pizza rijkelijk gegarneerd met chips(!) naar binnen werken.
Dus...
Het is tegenwoordig hip om als immigrant een Social Security Number aan te vragen. Bovendien is het noodzakelijk om een bankrekening te openen en nog wat andere cruciale zaken. Daarvoor moest ik, via de snelweg naar een dorpje even verderop gelegen.
De snelwegen hier, net zoals de auto's kunnen soms indrukwekkend zijn. Ze zijn standaard vierlaans, soms zelfs vijf of zes. En dat zijn de gaten in de wegen ook. In India hebben ze zandwegen die er strakker bij liggen. Bovendien mag je hier maar een schamele 104.6km/h. Flitspalen palen hebben ze gelukkig niet. Als ik het me goed herinner zijn die ooit verwijderd vanwege een rechtzaak over inbreuk op privacy. Hier wordt je, zoals in de serie 'cops', keurig van de straat geplukt door een agent. Resultaat: mensen rijden massaal te had (niet exorbitant, maar toch). Oom agent kan er slechts één uitpikken. In safari-termen: een kudde zebra's op de vlucht voor een leeuw. Zolang je maar bij elkaar blijft, blijft de schade beperkt.
Aangekomen bij mijn Social Security Number Distribution Center word ik al snel geholpen door een donkere mevrouw, Katie. Katie draagt een pistache-kleurige trui, vele gouden armbanden, met bloemtekeningen versierde nagels en vier gouden ringen aan elke hand. Een van de ringen schreeuwt in vet relief 'Mother'. En dit alles wordt geaccentueerd door een enorme reet. Net zoals de meeste mensen in Amerika is ze alleraardigst. Ook doet ze geen moeite om haar zuchten en kreunen jegens de lange wachtrijen te verbergen. Maar dat is niet persoonlijk tegen mij gericht, dus laat ik het aan mij voorbijgaan.
Ze vraagt aan mij of ik alle papieren bij me heb en ik knik hevig 'ja'. Ze wenkt om een identiteitsbewijs en ik trek mijn paspoort. Nu bevinden zich in de binnenzak van mijn jas vele attributen, waarvan minstens de helft al als verloren was beschouwd, aangegeven als gestolen bij de politie of tot onherkenbaar object is gereduceerd (knopjes, dopjes etc.).
Daar zit ook bij: een aantal condooms (in verpakking). Ik weet ook niet hoe die er komen. Waarschijnlijk van die keer dat ik condooms door de schredder aan het gooien was voor een kerkelijke demonstratie. Ik overhandig haar dus mijn paspoort en focus me alweer op de volgende lading papieren. Wat ik dus niet doorhad was dat ik haar een condoom-gevuld paspoort overhandigde. Ze zei dat ze die niet nodig had voor een Social Security Number.
Ik moffel de ongewenste lading weer weg in mijn binnenzak. Vervolgens overhandig ik haar een kopie van een speciaal immigratieformulier. Stond duidelijk op het internet dat ik een kopie moest meebrengen. Maar een kopie mag dus niet, zegt ze. Ik rommel door mijn tas, pak vervolgens een andere maar identieke kopie van het immigratieformulier en begeleid het onder de woorden 'Ah, hier hebben we het origineel'. Het kopie-zijn van de kopie straalt er vanaf. Toch besluit ze het maar te accepteren. Dit kan in Japan dus in geen honderd jaar.
Terwijl ik nog heftig aan het zoeken ben in mijn tas naar andere formulieren, net zo'n zooi als mijn binnenjas, is zij trouwens haar geduld aan het verliezen. En wat doe je dan? Precies, je trekt een zak chips open en begint te eten. Geen grap. 'Doritos Kaas', alleen de dipsaus ontbrak nog. De geur maakte haar waarschijnlijk helemaal wild. Terwijl ze mijn formulieren doorneemt, begint ze te schranzen.
Ik voel een opwelling van medelijden jegens de chipszak. Vervolgens begint ze met de rechterhand gegevens in de computer in te tikken. De linkerhand bevindt zich dan wel in haar chipszak, dan wel in haar mond, dus die kon ze niet gebruiken voor het typen.
Plotseling stopt haar mollige rechterhandje met tikken, haar linkerhand nog in de lucht met de chipszak eromheen. Verdwaasd blijft ze naar het scherm staren. Aan haar grote lippen hangen nog halve Dorito-schijfjes. 'Your name ain't gonna fit in here,' zegt ze. De dorito-stukjes vliegen om mijn oren. Ze haalt schouders op en haar handen gaan weer verder waar ze gebleven waren. Vervolgens ben ik nog twee keer getuige hoe zij zichzelf uit de stoel werpt om naar de printer te lopen. Tot twee keer toe heeft de stoel moeite om haar los te laten.
Er rest mij slechts nog een handtekening. Ze geeft me een pen, pakt de chipszak, haalt de laatste grote genotsschijfjes eruit, zet vervolgens de gehele chipszak aan haar mond en begint de zak alle kanten op te schudden. Ik lach, maar waarschijnlijk heeft zij het nooit gehoord. Als ik opsta om te vertrekken, staart Katie nog verloren naar haar chipszakje. Het chipszakje die enkele minuten daarvoor nog zo mooi gevuld was. Ik zeg 'doeg' tegen Katie, maar onze blikken zullen niet meer kruizen. Katie is druk met haar kruimels.
In mijn eerste week ben ik natuurlijk al veelvuldig getuige geweest van Amerikaanse eetpraktijken (ook Franse, maar daar heb ik niks tegen in te brengen). Als eerste wil ik vermelden: niet iedereen is dik.
Er zijn twee categorien. Ga ik na een supermarkt, hip, biologisch, duur dan sta ik tussen relatief veel mooie mensen. Ga ik na een Walmart of iets soortgelijks dan is de kans groot dat ik bij de cassier tussen twee vethompjes beland (met alle respect). Dagelijks zie ik ellebogen die de omtrek van mijn bovenbenen schraal doet lijken. De eetcultuur is hier anders (maar dat is geen ontdekking). Ik heb mensen horen klagen over hun dikheid (letterlijk: 'Ik ben dik, omdat ik zo van rijst houd. Ik moet wat minder rijst eten.'), waarna ze luttele minuten later een pizza rijkelijk gegarneerd met chips(!) naar binnen werken.
Dus...
Subscribe to:
Posts (Atom)